62.
Hij die u schiep, schiep u het hoofd omhoog,
Schonk u een ziel met vele en eedle krachten,
Opdat ge steeds, den hemel in het oog,
En onvermoeid, naar 't edelste zoudt trachten.
Dien heldenmoed, die nimmer deinsde of boog,
Ontfingt gij niet tot doelloos broederslachten;
Die geestdrift in 't aandoenlijk harte, niet
Tot zingenot, dat rede en plicht verbiedt!