61.
Gij ziet niet meer, Armide! en onbewogen
Wordt u door 't Lot een laatste troost ontzeid.
Sla de oogen op! Wilt ge in uws vijands oogen
Dien traan niet zien, zoo bitterlijk geschreid?
Och, hoordet gij dien zucht, zijn hart ontvlogen,
In 't lijden-zelf genoot gij zaligheid!
Hij geeft al wat hij kan - O, mocht ge 't weten! -
Hij schreit! hij schreit! zijn hart is opgereten.