16.
Zijn linkervuist grijpt plotsling den barbaar
Bij d' arm, terwijl zijn rechte, omhoog geheven
En dalende in één punt des tijds, zoo zwaar
Diens zij' verwondt, dat alle spieren beven.
‘Dit andwoord wordt door dien schermutselaar,’
Zoo juicht hij luid, ‘den groote' Argant gegeven!’
De Heiden rilt van woede, en zoekt de hand
Vergeefs te ontworstlen, die zijn arm omspant.