45.
Zij ijlen toe; maar nu! uit honderde armen
Vormt zich een muur, die onverwrikbaar staat.
't Zijn Reimonts dappren, die hun Hoofd beschermen!
Daar worstelt nu de Liefde met den Haat:
De een kent geen vrees en de andre geen ontfermen -
Geduchte kamp, die hoog en hooger gaat!
Geen wonder! voor die haten en beminnen,
Wat dure prijs te derven of te winnen!