26.
“Bescherm de wet! Laat niet in booze vreugd
't Vijandig staal mij keelen op de altaren!
Verdedig gij de maagdelijke deugd,
En 't graf, waarin de vaderen vergaâren!
De grijzaards, ach! bejammeren hun jeugd,
En toonen u hun witbesneeuwde hairen,
De moeders wijzen u met angstgekerm
Op de echtkoets en de kindren in heur arm!”’