101.
Maar droeve Arseet trekt de aandacht aller scharen:
Hij kermt en gilt, daar rede en denkkracht zwicht;
Niets kan de woede zijner smart bedaren,
Geen traan die zijn geprangde ziel verlicht.
Met stof en slijk smet hij zijn grijze hairen;
Hij beukt zich zelf de borst en 't aangezicht:
Bij 't schouwspel staat een bonte groep vereenigd; -
Daar naakt Argant, die 't woord richt tot de menigt: