6.
Ontgordeld, en met d' eenen naakten voet
In d' ommering, zingt hij zijn tooverwijzen:
Hij wendt het hoofd driemaal naar 't Oost, en groet
Driemaal den streek, waar de avondkimmen grijzen;
Hij zwaait driemaal verwaten en verwoed
Zijn roede, die de dooden op doet rijzen:
Zijn bloote voet stampt driemaal op den grond;
En vreeslijk krijscht zijn schorre roepstem rond: