21.
Ter naauwernood zien zijn verwonderde oogen
Den Christenheld beroofd van alle praal,
Of hij begrijpt wat roersels hem bewogen,
En vraagt: ‘Waar is uw helm, uw borstmetaal,
Uw wapendosch? Niet dús ten strijd getogen!
Dat voegt den knecht: de Veldheer blinke in 't staal!
Ik zie te wel, gij Leidsman ter viktorie,
Gij zoekt een al te nederige glorie!