24.
Ver uit hun oog - zoo pijlsnel ging hun vlucht! -
Deinst Kadix reeds, 't gebergte en de oeverzoomen.
De lucht begrenst de zee, de zee de lucht;
Slechts windgefluit en golfslag wordt vernomen.
En Ubout spreekt: ‘O gij, die als een zucht
Ons vliegen doet langs de ongemeten stroomen!
Spreek, werd dit pad wel ooit een mensch getoond?
Is deze helft der waereld ook bewoond?’ -