17.
En Reinout ziet met nieuwe dankgebeden,
Verbaasd, verheugd, den glans van zijn gewaad.
Nu snelt hij ook met ijzervaste schreden
Naar 't woud, bewust Wie hem ter zijde staat.
Zietdaar de plek, waar al wie nader treden
De kille vrees terstond om 't harte slaat!
Maar hoe? geen zweem van schrikken of gevaren
Vertoont zich thands in schaduw dezer blaâren!