61.
Hier vorscht hij naarstig rond aan alle zijden,
Tot hij, o vreugde! een reet in 't doek bespeurt:
Zijn sluwe blik kan hier naar binnen glijden,
Beloerend wat in 's Veldheers tent gebeurt.
Zoo zal hij straks zich weten in te wijden
In al wat daar beraamd wordt en gekeurd.
Vafrijn ziet toe, en, onbemerkt aanwezig,
Veinst hij aan 't tentdoek zich met boeten bezig.