Skip to content
1856

Jeruzalem verlost. Deel 2

Torquato Tasso

18.

Gelijk een kind niet de oogen op durft slaan, Waar 't monsters meent te aanschouwen, en gedoken In duisternis, verlicht door zon noch maan, Terugge-beeft voor onbestaanbre spoken: Zoo blijven daar die dappren bevend staan, Onwetend wat hun krachten heeft gebroken, Zoo niet misschien verbeeldings toovergloed Van Sfynxen en Chimeeren droomen doet.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.