75.
Stil heeft Vafrijn dit alles gâ geslagen;
Hij gaat, daar hij ook hier geen licht verkrijgt,
Vorscht verder rond, maar de uchtend wil niet dagen:
Men weet van niets, of houdt zich vreemd, en zwijgt.
Vergeefs zijn zelfs zijn onverbloemde vragen:
De moeilijkheid en zijn verlangen stijgt.
Hij wil en zal den sleutel zich verwerven
Van 't groot geheim, al zou hij 't ook besterven!