63.
Zij dienen om den vijand te overwinnen,
Die buiten dreigt met opgestoken vaan,
Maar tevens om de vijanden daarbinnen,
De loerende begeerten, te verslaan;
Zij dienen om te heerschen op uw zinnen.
Uw Veldheer voert ten heilgen kamp hen aan:
Hij zal bij beurt hen prikklen en bevleuglen,
Of, is het nood, bekoelen en beteuglen.’ -