12.
Hij spreekt, en rent met onweêrhouden spoed
Nu hier, dan daar, door al de legerrangen.
Zijn helmvizier staat open, zonnegloed
Is in zijn blik, en purper op zijn wangen.
Hij bant de vrees, en staalt den heldenmoed,
[E]n doet de hoop een nieuwen steun erlangen,
Herinnert elk zijne oude wapendaân,
En wijst hun roem of buit als lokprijs aan.