26.
Roept Reinout weêr! Hij kome, maar betemm'
Zijn driften, die al te onbeteugeld zieden!
Veel eischen en verwachten wij van hem:
Hij zij de trots van al onze oorlogslieden!
Gewis, hij zal niet aarzlen op de stem
Der eer: maar, Welf! gij zult hem opontbieden:
Kies zelf een bode, en weet gij land of zee
Waar Reinout schuilt, zoo deel hem 't reisplan meê!’