79.
't Schijnt, dorstig en vraatzuchtig, 't bloed te drinken,
De leden te verslinden tot op 't been.
Ook Aladijn, ook heel zijn drom, rinkinken
Verdelgend door de dichte reien heen;
Maar Reimont waakt, waar zijn getrouwen slinken,
Door Soliman als halmen afgesneên.
Hij beeft niet, al behoeft hij niet te vragen,
Wat sterke hand den sikkel heeft geslagen.