13.
‘Nu nog iets!’ gaat de Toovnaar voort met spreken:
‘Een tweede hulp! niet minder dan de mijn'!
Weet: Sol en Mars staan weldra beide in 't teeken
Des Leeuws: dan zal de hette ondraaglijk zijn!
Geen regenvloed, geen daauwdrop zal er leeken,
Geen luchtjen koelt den fellen zonneschijn.
Wáárheen ik staar in 's Hemels blaauwe hoogte,
't Verkondigt al een ongehoorde droogte.