6.
Zij vliedt! Daar vliedt Antonius! Kan 't zijn?
Heel 's waerelds schrik duldt, dat hem de angst verwinne?
Hij vliedt niet, neen! zijn vlucht, zijn vrees is schijn:
Hij volgt slechts haar die vliedt, zijn Koninginne!
Zijn hart krimpt saam' van duizendvoude pijn,
Van schaamte, en woede en - hopeloze minne.
Nu slaat hij hier d' onzeekren zeekamp gâ,
Dan staart hij ginds het vluchtend vaartuig na.