50.
Maar naauwlijks had de woedende Heldin
Haar wraak gebluscht, haars vijands bloed vergoten,
Daar knerst de Poort! Zij wacht met koelen zin
Den dood: ze is van heur haters ingesloten.
Daar valt op eens een nieuwe list haar in:
Nog heeft haar geen der Christen strijdgenoten
Bemerkt: als ze eens zich mengelde in hun schaar?
In 't bont gedrang wordt niemant haar gewaar.