7.
En verder! waar de Nijlstroomgolfjens schuren,
Verborgen in de lommrige eenzaamheid,
Vindt hij ook in zijn jongste levensuren
In d' arm der schoone een zoeten troost bereid. -
Zoo schittert dan met duizende figuren
De zilvren hoofdpoort, die naar binnen leidt.
De Ridders, half verzadigd van 't aanschouwen,
Betreden nu den Doolhof vol vertrouwen.