102.
In 't Zuid terwijl, waar, steeds met jonglingskracht,
Een Reimont zijn Gaskonjers aan deed rukken,
Mocht, schoon de moed er wonderen volbrach
De nadering des torens niet gelukken.
Hier kampt de bloem van 's Konings legermacht,
Een bende, die van deinzen weet noch bukken:
En is de muur al zwak, toch wordt hij sterk
Door menig stormgevaarte en slingerwerk.