55.
En Reinout vorscht, in rusteloze vragen,
Naar 't leger, naar der volkren naam en aart.
Sints zij aldus door wind en golven jagen,
Heeft reeds de zee de vierde zon gebaard.
Maar eer zij nog het vijfde licht zien dagen,
Daar is het schip aan 't einde van zijn vaart.
De Jonkvrouw spreekt: ‘Hier ziet gij de oeverzoomen
Van 't Heilig Land: verlaat de zilte stroomen!’