17.
Nu spreekt Ismeen: - ‘Mag ik een bede slaken,
Dan toeft ons Tweetal nog een korten tijd;
Ik zal voor hen een kostbaar mengsel maken,
Dat, brandend, met onbluschbre vlammen bijt;
Terwijl een deel van die de burcht bewaken,
Zich later soms tot slapen nedervlijt.’ -
Zoo wordt terstond besloten, en nu wachten
Zij de ure, die Ismeen geschikt zal achten.