53.
En zij niet slechts, maar de edelste oorlogsmannen
Staan even zoo rondom haar heen geschaard:
En zweeren trouw, en vormen reeds hun plannen,
En slaan de vuist begeerig aan het zwaard.
Zóóvelen doet zij grimmig samenspannen
Ach, tegen d' één, haar boven allen waard! -
Hij, midderwijl, het scheepjen ingestegen,
Vervolgt met moed zijn verre waterwegen.