30.
't Is woede alom, verderf en rouwmisbaar.
Vergeefs gesmeekt, of tegenstand geboden!
Wat heuvelen van lijken op elkaâr!
Wat stervenden, begraven onder dooden!
Hier - moeders, die, met losgereten hair,
Heur kind aan 't hart, het brandend dak ontvloden;
Soldaten - ginds, spijt jammer en gekerm,
De jonkvrouw scheurende uit des bruîgoms arm!