35.
Zaagt ge ooit een wolf, met opgesparde kaken,
Half uitgevast en dol van razernij,
Te middernacht de lammrenkooi genaken,
En snufflen waar hem de inbraak mooglijk zij?
Dus Reinout, die, van grimmigheid aan 't blaken,
Een toegang zoekt, van verre of van nabij.
Nu houdt hij stand. De vijanden daarbinnen
Verwachten, dat hij d' aanval zal beginnen.