15.
Nu is de laatste omzichtigheid geweken:
Van schaamte en wrok gloeit Trankred evenzeer.
Nu wil hij ook tot elken prijs zich wreken:
Een trage zege is hem geen zege meer.
Toch zwijgt hij, maar hij laat zijn lemmer spreken:
Het dondert op des vijands helmkam neêr,
Weet op de helft zijn lang rapier te ontmoeten,
En buigt het neêr tot bijna aan de voeten.