18.
Hij gaat; en hoort! daar murmelt in 't verschiet
Een mengeling van smeltende choralen:
Als ruischt en snikt een murmelende vliet,
Als zucht het windtje' in smachtend ademhalen,
Als jammerklaagt een stervend zwanenlied,
Beandwoord door bedroefde nachtegalen:
Als klinkt muziek van stemmen, harp en luit -
Eén enkle klank drukt al die klanken uit.