57.
Driewerven weet de Held de Maagd te omringen
Met de armen, en driemaal weet zij verwoed
Zich uit die naauwe omhelzing los te wringen,
Geknoopt door haat en niet door liefdegloed.
Zij grijpen bij vernieuwing naar de klingen,
En doopen 't staal diep in elkanders bloed,
Tot ze, afgetobt, geen staal meer voeren kunnen,
En, ademloos, elkaâr wat ruste gunnen.