8.
Bewaakt dit woud! 'k Heb elken bocht doorkruist,
En 't juist getal der stammen waargenomen.
Gelijk de ziel in 't menschenlichaam huist,
Wone elk van u in een van deze boomen!
Verlamme uw kreet bij d' eersten slag de vuist
Der Franken, die uw takken plundren komen!’
Zoo spreekt hij, en geen menschentong herhaalt
Hoe gruwzaam voorts zijn lasterwoede smaalt.