17.
Nu laat hij 't zwaard aan d' ijzren gordel hangen,
En op zijn beurt grijpt hij den Ridder aan.
Ziet, hoe ze elkaâr in knellende armen prangen,
Maar onverwrikt als twee Athleeten staan!
Een Herkules mocht eens den Reus omvangen
En slingren door de heete worstelbaan,
Zijn kracht had voor de woede moeten bukken,
Waarmeê deez' twee elkaâr de ribben drukken.