84.
En Reinout spreekt: ‘De Heer bestuur' de hand
Wie zulk een zwaard ten erfgoed is geschonken!
Dan wordt het straks in 's moordnaars hart geplant,
Dan heeft nooit staal met meerder roems geblonken!’
Nu dankt hem Karel, die van vreugde brandt,
Met luttel woorden maar die krachtig klonken.
Intusschen maant hen de achtbre grijzaard aan,
Om onverwijld op 't reispad voort te gaan.