31.
Veel wist hij reeds, en veel deed ik hem weten
Van deez' uw tocht, waarop de Heer u leidt.
't Staat vast, hij zal uw aankomst niet vergeten,
Zijn wijsheid evenaart zijn vriendlijkheid.’ -
Hij zwijgt, rondsom begroet door jubelkreten;
En Karel en zijn makker zijn bereid
Om onverwijld de woorden na te leven,
Den kluizenaar van Boven ingegeven!