90.
Ziedaar dan nu vooral waarom ik vlucht,
Maar - daar is meer....’ Ze ontroert, de rozen stijgen
Op heur gelaat; haar stem sterft in een zucht;
Half sluit ze 't oog, met schuchter boezemhijgen.
Vafrijn herneemt: ‘“Geef toch uw harte lucht,
Wat doet op eens u sidderen en zwijgen?
Mistrouwt ge uw vriend? Wat uw geheim ook zij,
't Is nergens ooit zoo veilig als bij mij!”’