11.
Zoo klinkt de raad des Heilgen. Diep bewogen
Houdt Reinout zich tot de eedle taak gereed.
De nacht is in gepeinzen omgevlogen;
En eer de dag uit de Oosterpoorte treedt,
Heeft hij alreeds het harnas aangetogen.
Hij kiest een nieuw, vreemdkleurig opperkleed,
Verlaat zijn tent, bereikt de laatste wachten,
En wandelt voort, alleen met zijn gedachten.