122.
Hij zag haar vlucht, hij zag heur smart en schand,
En voelt door plicht en deernis zich gedreven:
Heeft hij haar niet zijn eerlijk woord verpand?
Hij zou heur Ridder zijn voor heel heur leven!
Hij volgt heur spoor, zoover in 't mulle zand
De merken van heur klepper zijn gebleven.
Zij, middlerwijl, bereikt een sombren wijk,
Een voorportaal van 't stille Doodenrijk.