54.
Nu volgt een strijd, den klaarsten zonneschijn
En d' aanblik waard van honderdduizend oogen.
Gij nacht! die met uw doffen schemerschijn
Hen dektet, ai, begunstig gij mijn pogen!
Gun, dat door mij uw nevelig gordijn
Voor zooveel wonderdaân worde opgetogen!
Heur glorie leve en straal' met hellen gloor
Het schaduwfloers der wentlende eeuwen door!