7.
Argant ontroert; hij kan zich niet bedwingen,
De jaloezy snerpt door zijn boezem heen:
‘Gij gaat! en mij wilt gij tot blijven dringen,’
Zoo roept hij uit, ‘hier onder 't wuft gemeen!
Ik zal van verr' de vonken rond zien springen,
En - laten in de vuurproef u alleen?
Neen! mocht ik u in moeite en strijd geleiden,
Nu zal geen roem, nu zal geen dood ons scheiden!