3.
't Aêloude bosch, dat met zijn duizend boomen
Voor 't oorlogstuig ons voorraad scheen te biên,
Is door 't gespuis uit d' Afgrond ingenomen,
Door toovermiddlen, die wij niet doorzien.
De bijl ontzinkt elks hand met angstig schroomen.
Toch kan de storm niet zonder hout geschiên:
Welaan dan, waar al de anderen vertsagen,
Laat daar uw moed het grootste en schoonste wagen!’