56.
De woede groeit bij elken slag tot wraak,
De dolle wraak veroorzaakt nieuwe slagen:
Zoo voelt het paar bij 't gruwzaam strijdvermaak
Zich telkens door dezelfde sporen jagen.
't Zwaard wordt onnut bij zulk een reuzentaak,
Waarbij de Razernijen hen doorknagen.
Zij bonzen met de heften op elkaâr,
En stoten rond met helm en beukelaar.