97.
Ach, wat gedaan, waar Medelij' en Toren
Het hart verdeelen, dat geen uitkomst ziet?
De een fluistert: ‘Help uw gade, uw uitverkoren!’
En de andre vraagt: ‘Straft gij den moorder niet?’
Daar doet de Min bemiddelend zich hooren:
‘Volbreng gelijk wat Liefde en Wraak gebiedt!’
Nu houdt zijn linkerhand de dierbre tegen,
En de andre zwaait den scherpgewetten degen.