39.
Maar Soliman, naar Davids burcht geweken,
Gaârt hier terstond zijn dapperen bijéén,
De machtigsten, die niet voor 't zwaard bezweken -
Elke ingang wordt den vijand afgesneên.
Ook Aladijn wist zich een baan te breken
Door 't strijdgedrang en ijlt gewiekt hierheen.
‘Wees welkom, Vorst!’ zoo juicht het hem in de ooren,
‘U is een rots, een Hoog Vertrek beschoren.