14.
Zoo mijmerend heeft hij den hoogsten top
Des bergs bereikt. Door 's Heeren Geest gedreven,
Knielt hij en bidt. Naar 't Oosten blikt hij op,
Hij voelt zijn ziel in hooger sferen zweven.
‘Heer!’ roept hij uit, ‘hoor, hoe ik roep en klop!
Delg uit mijn schuld! delg uit mijn eerste leven!
Herschep mij naar Uw godlijk beeld, en leer
Mij ademen en sterven tot Uwe eer!’ -