35.
En Aradijn, tot krijgshoofd uitgelezen
Door Hidraoot, volgt met heur legermacht.
En heerlijk als de feniks, die, herrezen
Uit eigen asch, met bonte vederpracht
En gouden kroon, nog rijker dan voordezen,
De lucht doorklieft op wapperende schacht,
Bewonderd door de waereld en omgeven
Van 't loflied aller vooglen die er zweven: