17.
Buljon terwijl acht elken strijd verloren,
En 't bloed verspild van elken Christenheld,
't En zij op nieuw zijn houten reuzentoren
Met al het ander stormtuig is hersteld.
Zijn timmerliên zendt hij bij 't morgengloren
Naar 't woud, waar menig stam reeds ligt geveld:
Zij trekken op, maar als zij 't bosch ontwaren,
Bevriest de schrik hun reeds het bloed in de aâren.