84.
Men legt hem zacht op 't rustbed neêr en dwingt
Zijn ziel terug, om 's levens kamp te strijden.
De Faam, wier stem uit kopren gorgel klinkt,
Vermeldt terwijl zijn doodsangst en zijn lijden.
Buljon verschijnt; een vriendenschaar omringt
Met vroome troost den kranke aan alle zijden;
Maar prediking noch smeekgebed verjaagt
De onbuigbre smart, die aan zijn hartaâr knaagt.