45.
Dus, machteloos, in ijzren slavenbanden,
Zond ik ze u toe, een kostelijken schat!
En wis hield thands met zevendubble wanden
De diepte van den kerker hen omvat,
Wis heerschte reeds de vrede in al uw landen,
En sierde uw kruin het schoonste lauwerblad,
Had Reinout niet der mijnen bloed doen stroomen,
En grimmig mijn gevangnen mij ontnomen!