3.
De Franken nu behoeven niet te vragen,
Wat ginds op eens die wilde geestdrift baart:
Zij kunnen 't heir des Vijands op zien dagen,
Aanrukkend als een dreigend wolkgevaart'!
De heldenmoed, in vlammen uitgeslagen,
Doorgloeit hun ziel: zij grijpen naar het zwaard;
Zij roepen 't uit, daar zij van strijdlust beven:
‘O Veldheer, laat het sein ten optocht geven!’