57.
De Heidnen zien hun laatste kracht vernielen:
Geen hunner meer, die éédle wonden draagt.
Zij vluchten, en zóó zweept de vrees hun zielen,
Dat niemant meer naar tucht of orde vraagt.
Maar Reinout volgt de lafaarts op de hielen,
En rust niet voor ze als stuifzand zijn verjaagd.
Toch haast hij zich zijn gramschap te bedwingen:
Geen Held is wreed voor zwakke vluchtelingen.